Suze’s dagblog

Suze van Baarle is rechercheur en teamleider bij de Amsterdamse politie.  Melvin, Carlijn en Krijn vormen haar team. Suze is getrouwd met Stijn Huigens en ze hebben twee zoontjes, Lody van elf en Kris van zeven.

Ik heb nog een uur te gaan, het is zo'n dag die niet om lijkt te gaan. Dat is het rare van dit werk, soms zie je je bed nauwelijks en andere dagen lijk je de ambtenaar die overal ruim de tijd voor kan nemen.

Krijn is nog steeds gefascineerd door het Maleisische vliegtuig dat twee dagen geleden verdween.
"Hou toch op man, dat kan nog jaren duren voor ze het vinden," schamperde Melvin toen hij er vanochtend alweer over begon.
"Niet als er helemaal geen crash is geweest," zei Krijn en begon alle door hem gelezen theorieën op te dreunen: "uitgeweken naar een onbewoond eiland, terroristische aanslag, buitenaardse ontvoering."
"Dat laatste heb je zeker zelf bedacht," zei ik. Ik ken Krijn, als er iemand een grote fantasie heeft is hij het wel. Soms ook heel bruikbaar trouwens.
"Zullen we even wat zinvols gaan doen?" vroeg Carlijn daarop bits. Ze kan nog wel eens geïrriteerd op Krijn reageren. Hoewel dat zo'n anderhalf jaar geleden ineens een stuk beter werd toen we die zaak hadden van de vermoorde zoon van die industrieel Vermeiden. Ik geloof dat Carlijn hem toen in vertrouwen heeft genomen over een nogal pijnlijk deel van haar verleden.

Afijn, de dag sukkelde zo door. Het hoogtepunt was kort na de lunch. Ineens stond Van Tiel daar, in een voor zijn doen hip zwart pak van Italiaanse snit met een verblindend wit overhemd en een lichtblauwe stropdas. Moet je net bij ons zijn, iedereen hield natuurlijk zijn kaken op elkaar.
"Gaat u ergens heen?" vroeg Carlijn uiteindelijk na een lange en ongemakkelijke stilte.
"Inderdaad," kuchte hij gewichtig. "Zoals jullie wel weten komt president Obama naar Nederland vanwege de nucleaire top en hij komt ook naar Amsterdam, ik ben gevraagd voor het ontvangstcomité. We komen vandaag voor overleg bij elkaar, bij Vermeer."
"Wat een eer, meneer." Krijn keek hem nu wel bewonderend aan vanachter zijn grote bril. Melvin en ik wierpen elkaar tegelijk een blik toe, we dachten hetzelfde. Van Tiel zal de komende week in een opperbeste stemming zijn, dit streelt zijn ego. Hij is daar nou eenmaal gevoelig voor.
Van Tiel knikte Krijn minzaam toe, wierp ons een kille blik toe en liep de kamer weer uit.
"We hadden even wat meer applaus moeten geven," grijnsde Carlijn. "Gelukkig hebben we Krijn, die slijmt genoeg voor ons allemaal." Ze sloeg hem hard op zijn schouder terwijl ze hem overdreven nadeed: "wat een éér, menéér!" Krijn lachte zuur mee.

Ik weet eigenlijk niet wat ik hier nog doe. Ik ga naar huis, ben ik ook een keer vroeg. Misschien moet ik vanavond eens koken, hoewel ik daar geen ster in ben en er dus waarschijnlijk niemand echt een plezier mee doe. O nee, dat is niet waar, ik kan wel een heel fijn kipgerecht maken, met pesto en pancetta, vinden de jongens ook heel lekker. Dat ga ik doen!